Opbouw van de Levensboom

 

De Levensboom bestaat uit tien sefiroth of sferen, tweeëntwintig paden en drie pilaren. De sferen vertegenwoordigen kosmische invloeden. Volgens deze principes is de mens en het universum opgebouwd. De tweeëntwintig paden tussen de sferen beschrijven hun relatie. Door ze te ‘belopen’ ontstaat er balans tussen de twee principes.

Verder heeft de Boom drie pilaren. Links staat Boaz, de zwarte pilaar, ofwel de Zuil van Gerechtigheid. Rechts staat de witte pilaar Jachin, ofwel de Zuil van Genade. Ze flankeerden ooit in brons de ingang van de Tempel van Salomo. De witte pilaar vertegenwoordigt de positieve pool, de opbouwende kracht. Een uitstorting van leven en liefde, vergeving en acceptatie. Maar deze hebben van nature geen begrenzing – ze zouden wegstromen in de schepping als er geen omvattende vorm voor zou bestaan. Daar zorgt de zwarte pilaar voor. De zwarte pilaar vertegenwoordigt de negatieve pool. Hier heerst Gerechtigheid, het beperkende element. De wet, begrenzing, schuld, karma - maar ook destructie, angst en dood. Hier zetelt het vormprincipe – wat te ver uitdijt, voos en vormeloos wordt, ondergaat de strenge en medicinale werking van de zwarte pilaar. Een foetus kan niet eeuwig blijven doorgroeien - een overmaat aan begrip kan lafheid worden. De zwarte pilaar geeft vorm, test de schepping op levensvatbaarheid - en grijpt in als dat nodig is. Uit de dynamische spanning tussen deze positief en negatief geladen polen is de schepping opgebouwd. Waar de beide polen samenkomen, op de middelste pilaar van Evenwicht, ontstaat balans. Die is nodig is voor het vasthouden van bewustzijn.